Arme Suender

Gerd Braune woont in de Arme Sünder Gasse, het weggetje waarover ter dood veroordeelde ‘arme zondaars’ vele eeuwen geleden van de gevangenis naar de Galgenberg moesten lopen. De overledenen waar Braune zich mee bezig houdt komen gelukkig niet van de galg. Het zijn bewoners van Sankt Andreasberg, die een laatste rustplaats van hem toegewezen krijgen op de inmiddels weer mooi uitziende begraafplaats achter de brandweerkazerne aan de hoofdstraat.

Er liggen jong gestorven mijnbouwers, zoals Moritz von Mandelsloh, die in 1849 op 24-jarige leeftijd door een val in Grube Samson om het leven is gekomen. ‘Einen frühen Bergmannstod’ staat er op zijn steen. Ook stokoude dametjes hebben er een plekje van Gerd Braune gekregen. Zoals Frau Alte, de naamgeefster van ons huis. Haar familiegraf is net zo bijzonder als ze zelf was; het wordt gemarkeerd door twee verweerde planken die de lucht in torenen.

Gerd Braune, gepensioneerd ingenieur in de mijnbouw, onderhoudt de laatste drie jaar de begraafplaats. Samen met een teampje vrijwilligers, waaronder onze overbuurman en de buurman van nummer 13, is hij elke dinsdag op het Friedhof te vinden. Braune heeft ervoor gezorgd dat het gras van de begraafplaats groen werd in plaats van geel door de onkruidverdelger die een ambtenaar er jarenlang op spoot. Het prachtige kappelletje midden op de begraafplaats is onder leiding van Braune van buiten opnieuw in de verf gezet en van binnen ontdaan van aftimmeringen waardoor de Jugenstill-elementen weer te zien zijn. Een mooie plek voor een laatste afscheid, want alleen daarvoor gaat het kapelletje open.  

Het meest bijzondere moment in het kappelletje vindt Gerd Braune de zonsopgang met Pasen. De zon schijnt dan op het glas-in-lood achter het altaar en voorziet daarmee Jezus van een goudgele gloed.